Mens, waar ben je? Hongerdoek 2019/2020 ‘Weer geen mens te zien’, klagen we wel eens als we alleen gelaten zijn en niemand anders zich verantwoordelijk voelt. Vandaag kunnen we vaak roepen: ‘Mens, waar ben je, nu de gletsjers smelten en de zeespiegel stijgt?’. Wat doe je als minderheden uitgesloten en kwetsbare mensen in de steek gelaten worden? Hoe reageer je als onverschilligheid en haat toenemen? Mens, hoe wil je vorm geven aan je toekomst? Waar ben je? Met deze woorden roept God, zo verhaalt de Bijbel, de eerste mensen in het paradijs (Gen. 3,9). Uit schaamte hebben zij zich na de beet in de verboden vrucht verborgen. Adam en Eva moeten hun verantwoordelijkheid nemen, die uitdagende vraag blijft echter nog steeds gelden. Mens, waar ga je heen? De wereld verandert grondig en in snel tempo. Coalities van staten vallen uiteen. Landen isoleren zich en zijn slechts gericht op eigen voordelen. Grenzen worden gesloten, muren gebouwd. Waarheid vervalt tot ‘fake news’ en de toon van de discussie wordt vinniger. De vraag van God blijft als altijd actueel. Ze is uitdrukking van de zorg om ‘ons gemeenschappelijk huis’, onze gemeenschappelijke wereld, zoals paus Franciscus het in Laudato Sí (nr. 53 en 61) heeft geformuleerd. Dit ene huis zien we in het midden van de hongerdoek van Uwe Appold. Het huis is nog niet af. Het heeft een open zijkant – open als een vraagteken: Mens, waar ben je? Mens, wie ben je? Waar en waarvoor sta je? Waarvoor kom je in actie? Iedereen is verantwoordelijk voor de toekomst van onze, ene wereld. Maar in je eentje is dat niet te doen. Alleen samen kan dat, gemeenschappelijk, met een open blik voor de hedendaagse wereld, de natuur en de uitgestotenen in onze maatschappij. Het ‘Waar ben je?’ wordt ‘Waar zijn jullie?’ Van horen naar handelen Aarde uit Getsemane, die als een landtong opduikt uit het heldere blauw, draagt de gouden ring. In dit teken van God en zijn Liefde, is het ‘gemeenschappelijk huis’ geborgen. Ook het huis is gevormd uit aarde. Het huis is niet af, als een symbool voor een wereld, waar onrechtvaardigheid en een gebrek aan solidariteit heersen. De cirkel is een klein stukje vanuit het midden naar links verschoven: de wereld is niet meer in balans. Hoe kunnen we dat oplossen en een nieuw evenwicht vinden? Conflicten verpesten de relatie met God. En met medemensen. Die zijn geen geliefde broeders en zusters meer, maar mensen die mijn leven vergallen. En God stelde een tweede vraag (Gen. 4,9): ‘Kaïn, waar is je broeder?’ De mensen wilden even machtig zijn als God, het begin van een eindeloze reeks van fouten en mislukkingen, met als gevolg dat men elkaar geweld aandoet. Twaalf stenen, die de kunstenaar in de aarde vond, verwerkte hij in de doek. Ze steken als struikelstenen of rode wonden uit de aarde. We stoten ons eraan. Ze dringen op beslissingen aan. Geheimzinnige schrifttekens wekken onze nieuwsgierigheid. De rood-blauwe figuur rechts, mens, man of vrouw, heft de armen omhoog, biddend, zoekend naar evenwicht. Al luisterend is de figuur naar de gouden cirkel, naar God toegekeerd, maar tegelijkertijd op weg naar de randen. Het Christusteken IX wijst als kompas de weg. De figuur is in beweging en wil in beweging zetten. Haar schaduw is helder en niet langer een donkere last. Van luisteren naar handelen: Waarvoor sta ik? Hoor ik de boodschap van God en van de hedendaagse wereld en wat vertellen zij mij? Van het midden naar de rand Soms komt, wanneer we de schreeuw van de armen horen en het sterven van de natuur zien, de tegenvraag bij ons op: ‘God, waar ben je dan?’ We zien het rood als teken van het lijden in het centrum van de doek: God is op een bepaalde plaats mens geworden, bij de zwakken en de armen (Fil. 2, 6-11). Hij kent de ellende. Zijn lijdensweg is Hij uit medelijden met ons mensen gegaan. Wanneer we naar de randen gaan, volgen we het voorbeeld van Jezus en laten we zien waar de uitgestotenen van oudsher hun plaats hebben: midden in het centrum, in Gods liefde. Een goede afbeelding kan een uitnodiging zijn om met wakkere ogen te zien en open oren te horen. We kunnen ons eigen standpunt herzien. Van ‘hen’ naar ‘wij’, via dialoog, respect en begrip! Op dat visioen kunnen we wachten. Of ons laten inspireren door de vraag: ‘Mens, waar ben je?’ Hier ben ik! Hier zijn wij! Interview met Uwe Appold (samenvatting) Waar is de mens op de hongerdoek? De titel ‘Mens, waar ben je?’ raakt dat wat te zien is zeer goed. Wanneer ik naar de doek kijk, moet ik mijn eigen positie overwegen en begin daarmee antwoord te geven op de vraag ‘Mens, waar ben je?’ Dat kan ik veel beter als ik geen concrete mensen zie en proberen moet het antwoord te geven vanuit mijn eigen geschiedenis. Wat is de boodschap van de hongerdoek? De boodschap is voor mij de zorg om ons ‘gemeenschappelijk huis’. Wanneer ik die in het centrum van de afbeelding plaats, dan kan ik haar bedoeling waarnemen: Ik ben een toehoorder. Ik word uitgedaagd deze boodschap te vertalen en krijg dan een tweede kans om vanuit een veelvoudige crisis helende verbeeldingen te vinden die hoop geven. Wat hoopt u met uw hongerdoek te bereiken? Ik zou willen dat de mensen mijn werk met hun persoonlijke levenservaring tegemoet treden en hun eigen geschiedenis confronteren met dat wat ik geschilderd heb. Ik verwacht niet dat iemand alles begrijpt wat ik erin gelegd heb. Want dat immers mijn weg en niet de weg van anderen. Heel belangrijk is dat iedere betrachter open is en zegt: Ja, daarin herken ik iets van en voor mij terug! Uwe Appold, in 1942 geboren in Wilhelmshaven, is designer, beeldhouwer en schilder. Sinds 1962 stelt hij regelmatig zijn werken ten toon in binnen- en buitenland, waaronder bij de VN in Genève en tijdens Duitse kerkendagen. Uwe Appold woont in Flensburg. Zie voor meer informatie: www.uwe-appold.de.