Nigeria 2017 Ik ben omdat wij zijn
Ik ben omdat wij zijn, Hongerdoek 2017 De hongerdoek ‘Ik ben omdat wij zijn’ is geschilderd door de in 1966 in Nigeria geboren kunstenaar Chidi Kwubiri (oveleden 26 december 2025). Als kind maakte Chidi de toenmalige Biafra-oorlog mee, met de daarmee verbonden hongersnood en vluchtelingenstromen. In de jaren ’90 van de vorige eeuw emigreerde Kwubiri naar Duitsland en studeerde aan de gerenommeerde Kunstacademie Düsseldorf, waar ooit bekende namen als Paul Klee, Joseph Beuys en Paik Nam-juni als hoogleraren aan verbonden waren. Hij woont tegenwoordig met zijn gezin in Pulheim, niet ver van Köln. Kwubiri noemt zich met enige nadruk geen ‘Afrikaanse kunstenaar’, maar een ‘kunstenaar uit Afrika’. Daarmee wil hij aangeven dat hij zichzelf ziet als deelnemer aan en behorende tot de internationale kunstscène. De titel van de hongerdoek verwijst naar een Afrikaans spreekwoord: ‘Ik ben omdat jij bent – en jij bent omdat wij zijn’. Dit gezegde impliceert dat het tot het mens-zijn behoort deel van een relatienetwerk te zijn, waarbij wederkerigheid van fundamentele betekenis is. Geen mens woont alleen op een eiland. We zijn allemaal met elkaar verbonden en op elkaar aangewezen. Jezelf ontwikkelen komt tot stand door relaties, die gekenmerkt worden door solidariteit en zorg voor elkaar. Wanneer we in solidariteit opkomen voor anderen, dan ontvangen we in gelijke mate als we geven. De hongerdoek bestaat uit twee losstaande panelen, twee rechthoekige vlakken met een smalle middenstrook ertussen. Die middenstrook geeft de indruk van een grens, een afstand, een afscheiding tussen beide panelen, tussen de beide afgebeelde mensen. De afbeelding in zijn geheel wekt de suggestie van twee magnetische velden, die elkaar bijna raken. En heeft ook wel iets kosmisch, als een blik in een eindeloos heelal, met ontelbare sterren en hemellichamen. De kleurschakeringen lopen van turquoisegroen naar geeloranje, van donder naar licht, van koel naar warm. De kleuren zijn intensief, via een weelderige dripping-techniek op de beide schilderdoeken aangebracht en lopen optisch in elkaar over, maken een verbinding over de grenzen van beide rechthoeken heen en zijn daarbij schijnbaar in tegenspraak met de beide meer statisch vorm gegeven figuren. Groen is de kleur van het leven, van kracht en vernieuwing, terwijl de kleur geel schepping en vruchtbaarheid symboliseert en zelfs het goddelijke, omdat geel en goud nauw met elkaar overeenkomen. Twee mensen zijn vervlochten in een intensieve ontmoeting met elkaar aan een grens, over een grens heen. Door het diepgaande en respectvolle toewenden van beide hoofden naar elkaar toe, wordt die grens een overgang, een brug. De twee personen kijken elkaar indringend aan. Ontmoeting kan alleen als mensen op elkaars ooghoogte zijn, als de een de ander wil en durft aan te kijken als gelijke. De armen van beide figuren zijn verstrengeld in elkaar en onderstrepen het intensieve karakter van de ontmoeting, omdat de figuren elkaar aanraken en in elkaars persoonlijke sfeer binnendringen, maar daarbij wel de kleur van de ander aannemen. In dit spel van geven en ontvangen groeit een relatie, groeit betrokkenheid op elkaar. Dat spel van geven en ontvangen kan alleen gespeeld worden vanuit een eigen identiteit. Je moet immers iets te geven hebben in je relatie met de ander en openstaan om iets te ontvangen dat jezelf nog niet hebt. Verschillen in eigenschappen vallen niet weg in de ontmoeting, maar zijn juist de basis ervan. Identiteit gaat vooraf aan intimiteit. Wie niet of slecht op eigen benen kan staan, is ook niet in staat om op ooghoogte van de ander te komen. ‘Wie een muur om zijn land bouwt, maar zichzelf te gevangene’, zei voormalig USA-president Obama. Wie een muur om zichzelf bouwt om zijn eigenheid af te schermen, maakt zich tot gevangene van zichzelf. Diversiteit en eenheid zijn de twee kanten van de medaille die ontmoeting heet. Sommigen interpreteren het voorvoegsel ‘ont-‘ van het werkwoord ‘ontmoeten’ als een ontkenning. Ont-moeting houdt dat in dat niets meer hoeft, dat je vrij bent naar elkaar toe om er voor elkaar te zijn. In het Nederlands taaleigen kan dat voorvoegsel ‘ont-‘ ook de betekenis hebben van ‘met iets beginnen’, denk bij voorbeeld aan ontdooien (het begin van het dooien) of ontbijten (weer beginnen te bijten (=eten) nadat je dat blijkbaar een tijdje niet gedaan hebt). In dit laatste geval ligt in iedere ont-moeting iets opgesloten van een appèl dat men op elkaar doet, een verplichting die men naar elkaar toe heeft. Misschien heeft iedere ontmoeting wel iets van beide: zowel een vrijmakend als een verplichtend karakter naar elkaar toe. Chidi Kwubiri zegt geïnspireerd te zijn door de beide langste rivieren in zijn land, de Benue met zijn groenblauw water en de okerkleurige Niger. Hoewel ze uit twee heel verschillende bronnen stammen en daaruit gevoed worden, vloeien beide stromen nabij Lokoja tezamen en vervolgen dan gezamenlijk, elkaar versterkend, vreedzaam, hun weg. “Wanneer deze natuurkrachten daadwerkelijk samen komen, elkaar onderling beïnvloeden en elkaar versterken, elkaar aankijken en kunnen zeggen: ‘Kijk, ik ben omdat wij zijn’, dan is dat precies dat wat ik wil uitdrukken en zeggen. Het geel keert zich naar het groen, het groen naar het geel, beide kleuren nemen elkaar in zich op, gaan op elkaar toe en zeggen tegen elkaar: ‘Ik ben omdat wij zijn’. Het gaat om veelvoud en eenheid. Ook al is onze oorsprong verschillend en ook onze identiteit, wij zijn toch altijd wij. We keren ons naar de ander toe en zeggen tegen de ander, tegen ons ‘tegenover’: ‘ik ben omdat wij zijn’”, aldus Kwubiri. Paus Franciscus benadrukt in Laudato Si dat ‘alles met elkaar verbonden’ is. Het leven in ons gemeenschappelijk huis is gebaseerd op drie fundamentele vormen van relatie: de relatie God - mens, de relatie mens - mens en de relatie mens - schepping. De hongerdoek geeft uitdrukking aan al deze drie lagen in onze relaties: - God – mens: o Schepping als gave Gods, met de opdracht aan de mens om evenbeeld van God te worden (Gen. 1,26) o De menswording van Jezus. Door zijn menswording is de Zoon van God op ooghoogte met ons gekomen. - Mens – mens o Wereldwijde solidariteit, waarbij ontmoeting en dialoog ook in ‘grenssituaties’ mogelijk zijn: ‘Heb de vreemdeling lief, want hij is zoals jij’ (Lev. 19,34) o Waar twee of drie in mijn Naam bij elkaar zijn, ben ik in hun midden (Mt 18,20). - Mens – schepping o De spatjes verf lijken te vibreren als de gehele kosmos, een heelal vol van sterren en onmetelijke stelsels, maar ook vol van minuscule atomen, waarin alles met alles vervlochten is o De mens is gemaakt uit aarde, uit al die elementen die hem/haar omgeven. De mens kan niet bestaan zonder die aarde en al het goede dat zij geeft. De mens in zijn totaliteit komt in het vizier in een integraal humanistische visie. Een dergelijke integraal-humane visie reduceert mensen niet meer tot ‘behoeftige’ of ‘iemand met problemen’, categoriseert niet meer in slachtoffers en hulpverleners of armen en rijken. Reduceert zelfs niet meer tot ‘man’ of ‘vrouw’. Vrouw en man zijn gelijkwaardig aan elkaar, ondanks hun verschil in hun wezen, in hun geslacht. In hun gemeenschappelijkheid zijn man en vrouw het evenbeeld van God (Gen. 1, 27). Ik handel niet solidair wanneer of omdat ik een ‘hulpverlener’ of ‘donateur’ ben, met het idee om mensen in nood te helpen, met wie ik eigenlijk niets van doen heb. Ik handel solidair omdat mijn mens-zijn verbonden is met het mens-zijn van anderen. Zo lang als we onder ‘ontwikkeling’ slechts verstaan om ‘iemand daar ginds’ te helpen, iemand die met mij eigenlijk niets te maken heeft, zo lang beschouw ik mezelf als superieur. Pas als ik durf te erkennen dat armen en uitgeslotenen in dezelfde ruimte van ethische waarden leven als ik, dat ik in een relatie staat tot álle mensen op deze wereld, juist omdat ik mens ben, dat een relatie steeds berust op wederkerigheid en dat alle vrouwen en mannen op deze aarde mijn zusters en broeders zijn, pas dan kan een nieuwe wereld vol van gerechtigheid ontstaan, waarin vrede zal doorbreken en overheersen. De hongerdoek 2017 weerspiegelt het zoeken en op weg gaan naar oplossingen via een globale dialoog tussen ‘gevers’ en ‘ontvangers’ en verzet zich tegen alle mogelijke vormen van asymmetrische machtsverhoudingen en Noord-Zuid- of Oost-West-denken. Zowel in het Noorden als in het Zuiden, in het Oosten als in het Westen, zijn mensen op zoek naar nabijheid, begrip, erkenning, respect en waardigheid, gemeenschap. De grens tussen ‘gever’ en ‘ontvanger’ wordt overbrugd, de grens vervaagt. De ‘gever’ wordt ‘ontvanger’, de ‘ontvanger’ ‘gever’. Door een ontmoeting op ooghoogte, kan afstand en distantie veranderen in relatie en verbondenheid. In onze eigen omgeving en leefwereld, in contact met vreemdelingen, in de gehele, éne wereld. In dialoog met elkaar, vanuit ieders eigen oorsprong en identiteit, tezamen werken aan een betere wereld en een bescheiden bijdrage leveren aan het zoeken naar het Koninkrijkrijk Gods en zijn gerechtigheid. Al het andere zal ons dan erbij gegeven worden (Mt 6, 33).