God of Goud - Hoeveel is genoeg?
De nieuwe hongerdoek 2015 God of Goud - Hoeveel is genoeg? is geschilderd door de Chinese kunstprofessor Dao Zi. De doek is gebaseerd op Mattheüs 6, 19-24, ‘Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. Niemand kan twee heren dienen’. Maar anders dan bij voorgaande hongerdoeken schildert Dao Zi geen afbeelding van die Bijbeltekst, maar een verbeelding, een actualisering ervan. Hij beperkt zich daarbij tot een paar basisvormen zoals kruis, cirkel, driehoek en vierkant. Vormen die in ons religieus bewustzijn diep verankerd zijn. Diverse vormen rijgen zich aaneen tot een kruis, dat van hoog naar laag en van links naar rechts
het beeld bepaalt. Ook de kleurstelling is beperkt: goud, zwart, helder grijs als een schakering van zwart, en een weinig rood. Het goud staat symbool voor de geïncarneerde Christus. Hij is een steen des aanstoots, die de hoeksteen is geworden (Mc 12,10). Gods Zoon is geenszins gekomen om vrede te brengen, maar verdeeldheid (Lc. 12,51; Mt. 10,34). De ‘steen des aanstoots’ eist een duidelijk antwoord van ons: Wie is jouw Heer? Wie wil je dienen? God of het goud?
Maar de klomp belichaamt ook het goud in al zijn economische verschijningsvormen. De maatstaf, die veel
menselijke handelen bepaalt; de rijkdom waarnaar mensen heftig verlangen en streven, waaraan zij zich zelfs willen uitleveren. Kortom, een ware afgod met magische aantrekkingskracht.
De menselijke hebzucht naar goud en bezit heeft het water, de aarde en de hemel grijs gekleurd. Gods schepping is niet meer zo als ze door God bedoeld is. We staan op een kritisch keuzemoment. Een moreel keuzemoment voor de mensheid in zijn geheel, maar evenzo voor iedere individuele mens: ‘Niemand kan twee heren dienen’ Mt. 6,24).
De zwarte dwarsbalk van het kruis benadrukt het lijdensperspectief en de gebrokenheid van het menselijk bestaan. Ieder leven is broos, maar de pijn en het lijden laten zich vooral voelen in het leven van de miljoenen armen op deze wereld. Maar deze dwarsbalk is tevens een horizon van hoop. Er lijken barsten in te zitten. En juist door deze barsten komt er licht, aarzelend, in kleine streepjes.
De bloedrode stempels rechts, juist boven de iets omhoog lopende dwarsbalk, staan symbool in hun vormgeving voor de bij de kruisiging gebruikte spijkers. Het aantal van drie verwijst echter ook naar de dynamiek van de drie-ene God en naar Christus als de openbaring van deze drie-ene, liefhebbende God.
Gods aanwezigheid in de geschiedenis richt zich op ons, zodat wij grenzen kunnen slechten, eenheid willen nastreven en op zoek gaan naar nieuwe wegen om gerechtigheid te bewerkstelligen (vergelijk Hand. 4, 31-35). Een mens leeft nooit voor zichzelf alleen. Goed menselijk leven is altijd in alle opzichten grenzeloos samenleven en delen met elkaar.
Heelheid van Gods schepping
Vanuit dat inzicht nodigt de hongerdoek uit het goud te zien, niet in het hebben van materiële bezittingen, maar in het afstand doen van hebzucht en eigen gewin. Vanuit de erkenning dat de goudklomp en het toekomstperspectief van lijdende mensen een kruis vormen. Vanuit de erkenning dat Jezus aan dat kruis sterft en dat we in Hem de waarheid van God kunnen zien (Fil. 2, 5-11). Jezus heeft ons dat alternatief van afstand doen voorgeleefd: de blik niet naar boven richten, maar naar onderen, naar de hongerigen, de dorstigen, de naakten, de zieken, de gevangenen, de vreemdelingen. Wie God zoekt, kijkt met een wereldwijde blik om zich heen.
De kleine goudklompjes, links zes en rechts één, zijn datgene wat genoeg is van alles wat God ons gegeven heeft om menswaardig en in volheid te leven (Joh. 10,10). Gemakkelijk om met elkaar te delen. Het aantal van zeven verwijst naar de volmaaktheid en de sacramentaliteit van Gods Schepping. God zag dat alles tof, goed was, zo lezen we herhaaldelijk in het scheppingsverhaal in Genesis. Onze opdracht is om te komen tot een rechtvaardige verdeling van de door God gegeven goederen en om te leven in gemeenschap met elkaar.
Hoeveel is genoeg?
De kleine klompjes dragen het gelaat van de grote gouden steen in zich. Het komt daarbij niet op de grootte aan: in het delen maken we Jezus waar. De ‘tekenen van de tijd’ kunnen begrijpen (Lc 12,56-57) betekent in dit huidige tijdperk te erkennen dat ‘steeds groter, steeds sneller, steeds meer’ niet de oplossing is, maar het probleem. Het gaat om de vraag naar het goede leven voor iedereen zonder uitzondering op deze aarde. Het beantwoorden van die vraag is niet gemakkelijk en roept vele spanningen op. Maar het antwoord moet iedere christen na aan het hart liggen. De heelheid van Gods Schepping bewaren en opkomen voor arme mensen, kort bij en veraf, vormen een begin van die beantwoording.
Meer informatie : Bij Vastenaktie is een uitgebreide beschrijving van de hongerdoek verkrijgbaar. Met daarin een meditatieve viering rondom de hongerdoek alsmede een handleiding met werkvormen om in een groep educatief met de hongerdoek aan de slag te gaan.
CHINA 2015 GOD OF GOUD - HOEVEEL IS GENOEG?